VAARGEBIED

De Grevelingen, momenteel het grootste zoutwatermeer van Europa, was oorspronkelijk één van de zeearmen die het water van Rijn, Maas en IJssel naar de Noordzee leidden. Na de watersnoodramp van 1953 werd echter het Deltaplan uitgevoerd, dat onder andere voorzag in afsluiting van de Grevelingen. Aan de oostkant van de zeearm kwam de Grevelingendam te liggen, aan de westkant de Brouwersdam. Na afsluiting van deze laatste dam in 1971 ontstond zo het Grevelingenmeer.

Direct na de afsluiting had het meer niet of nauwelijks uitwisseling met de omringende zoute wateren. Het water werd daardoor in snel tempo zoeter en het aanwezige zeeleven stierf in grote getale af. Ook op de droogvallende zandplaten en slikken ging al het bodemleven dood. Om de waterkwaliteit in de Grevelingen te verbeteren werd in 1978 een spuisluis gebouwd in de Brouwersdam. Het water in de Grevelingen is daardoor nu even zout als dat van de Noordzee. Veel planten en dieren vonden via de spuisluis de weg terug, met als resultaat dat de Grevelingen momenteel weer een florerend onderwaterleven heeft. Bekende Grevelingenbewoners zijn bijvoorbeeld jonge platvis, zeedonderpad, botervis, zeenaalden, zeekatten, kreeften, Noordzeekrabben en een aantal soorten zeenaaktslakken. Op de drooggevallen platen vinden veel vogels een woonplaats, zoals futen, kanoetstrandlopers en verschillende soorten eenden. De laatste jaren heeft zelfs de kleine zilverreiger zijn entree gemaakt.

Toon kaart